Ik doe al enige jaren onderzoek naar de relatie tussen voedsel en steden. In feite is dat geen geprogrammeerd onderzoek geweest maar een persoonlijke interesse die voortkwam uit mijn betrokkenheid bij Eetbaar Rotterdam en de Denktank stadslandbouw van de gemeente Rotterdam waar ik vanaf de oprichting lid van ben. Ik weet dat voedsel een onderwerp is dat veel aandacht krijgt van steden maar ik weet ook dat er weinig financiële middelen zijn om beleid te kunnen voeren (en onderzoek te kunnen laten doen). Dit kleurt mijn kijk ook op de mogelijke realisatie van concepten als Park Supermarkt. Het is een enorme eyeopener in de discussie geweest (Nederlands landschap weerspiegelt nauwelijks de veranderde eetgewoonten van stedelijke bevolking) maar het business model voor de realisatie is onduidelijk.
Park Supermarkt laat zien dat er heel veel verschillende dingen in de huidige supermarkt worden aangeboden die niet (meer) in het Hollandse landschap zoals wij het kennen geproduceerd (kunnen) worden. Door dit assortiment wel op het Hollandse landschap te projecteren laat Park Supermarkt zien welke kunstgrepen er uit gehaald moeten worden in het landschap om dit wel mogelijk te maken. Het laat dus zien dat een supermarkt assortiment volledig lokaliseren alleen kan als we het landschap ingrijpend veranderen (en gebruik maken van nog niet ontwikkelde technologie, de microklimaat fonteinen etc.
Het moet komen op een locatie die momenteel kraak nog smaak heeft, en die zonder problemen het kunstmatige karakter van Park Supermarkt kan accommoderen, waarvoor het zelfs een verbetering ten opzichte van de huidige situatie zou zijn. Dat is voor een locatie als Midden Delfland helaas niet het geval. Die locatie is mooi genoeg zoals hij is, het kan nog verbeterd worden qua tegengaan van verrommeling door functionele stallenbouw te vervangen door meer landschapsvriendelijke etc. Volgens mij moet het gerealiseerd worden op een voormalig industrieterrein.
Het is nog niet open omdat streng vast gehouden wordt aan het idee dat het heel assortiment moet worden geproduceerd. Dat is voor sommige product categorieën technisch (vrijwel) onhaalbaar, hoe interessant het als experiment ook zou zijn om wel ananas te gaan telen in de Nederlandse polder. Ten tweede wordt vast gehouden aan een heel assortiment in plaats van alleen producten die zich juist onderscheiden van een gangbare supermarkt. Het houden van een of enkele koeien om van de melk producten te maken die het hele zuivelschap zullen vullen is totaal niet efficiënt en ook geen educatief of recreatief spannende ervaring. Als ik wil zien hoe koeien gehouden worden c.q. wortels geteeld worden ga ik wel naar een echte boer. Park supermarkt moet wel ook de gangbare voedselproductie meennemen maar die gewoon op de gangbare locaties in haar model invoegen (dus een relatie leggen met de landbouw die er al is, en alleen inzetten op producten die missen in het huidige aanbod en die zonder al te veel technische hoogstandjes toch hier geteeld kunnen worden. Daarbij zou Park Supermarkt juist een lokaal te telen alternatief voor de ananas moeten promoten in plaats van de ananas hier zelf proberen te telen. De trend is ‘’Real Food’’ niet ‘’doorgaan op gemanipuleerde voedselproductie maar nu beter vormgegeven’’.
Inzetten op een beperkt assortiment wat iets toevoegt aan bestaande landbouw aanbod en tevens wat zonder al te veel ingewikkeldheden wel degelijk hier geteeld kan worden. Het zou dus een proeftuin van seizoen verlenging, substitutie exoten, en gewasverbreding kunnen zijn, inderdaad diversiteit in het schap terug laten komen in diversiteit in de teelten, maar niet mechanistisch 1 op 1. Alleen daar waar het daadwerkelijk tot een sterk alternatief komt wat nagevolgd kan worden (en dus een belang van zaadveredelaars inhoud, die een dergelijke proeftuin mede zouden kunnen sponsoren). De educatieve (naast recreatieve) waarde is dan ook hoger denk ik.
Ik trek met Van bergen Kolpa op om het concept in NL te promoten (bij Lansingerland ben ik direct betrokken, Oregional hoor ik via begeleidingscie Landwaart). Tevens heb ik hen gekoppeld aan een internationale (mogelijke) opdrachtgever van het LEI (Qatar). Je moet het concept ofwel downsizen door het gewoner te maken (zie hierboven) of je moet aan het ontwerpprincipe vasthouden en naar een veel rijkere klant op zoek gaan die het kan realiseren zonder direct naar de markt te hoeven kijken (vergl. Een inspiratie bron voor Park Supermarkt waren de Marokkaanse koninklijke tuinen, die pas later een gewaardeerde publieksfunctie kregen).